Begin juni vertrok een groep van tien ANAX’ers naar de Allier in Frankrijk. De bezetting bestond uit Hans F., Hans H., Geert, Renée, Tineke, Bertien, Jan, Joris, Truus de Jong en ik. Met drie auto’s, een aanhanger en de ANAX-kanokar trokken we zuidwaarts voor een week varen, kamperen, wandelen, eten en vooral veel gezelligheid.
Voorwerk
Zoals wel vaker begon de vakantie niet op de rivier maar aan de vergadertafel bij ANAX. Er moest worden nagedacht over vervoer, boten, auto’s, aanhangers en de vraag hoe we de logistiek gingen organiseren. Dankzij het uitstekende voorwerk van Bertien, Joris en Truus kreeg het plan langzaam vorm.
Dat voorwerk leverde overigens ook direct resultaat op. Joris en Truus waren al vooruit gaan kijken op hun reis een paar weken eerder. Tijdens hun voorverkenning bekeken zij onder andere camping La Courtine als mogelijke uitvalsbasis. Dat idee verdween snel van tafel. De camping leek al jaren niet meer onderhouden, de bramenstruiken hadden vrij spel gekregen en de gebouwen maakten de indruk dat ze inmiddels vooral onderdak boden aan zwervers. Achteraf waren we bijzonder blij met de camping die uiteindelijk wel werd gekozen.
Het concept bleek eenvoudig: een deel van de groep zou meerdaagse trajecten varen met wildkamperen onderweg, terwijl anderen vanuit de camping dagtochten maakten. Die combinatie werkte verrassend goed.
De stamtafel
Nog voor de eerste kilometer was gevaren ontstond al snel een traditie die de hele week zou blijven bestaan: de stamtafel op de camping.
Joris arriveerde als eerste met de kano’s. Rond één uur verschenen de eerste foto’s van de camping en om drie uur stond het eerste biertje al op tafel. Later die middag druppelde de rest binnen en schoof iedereen aan.
Carine, samen met Jean Marc eigenaar van de camping, leek al snel door te hebben wat voor gezelschap ze in huis had. Al op de eerste dag verscheen er een grote pan friet op tafel. Ook bleek de mayonaise niet aan te slepen. Op de laatste avond verscheen er zelfs een extra grote kom zelfgemaakte mayonaise op tafel, speciaal voor onze groep.
De stamtafel groeide gedurende de week voor velen uit tot het vaste eindpunt van iedere vaardag. En daar stond ook de inmiddels legendarische fles van Truus. Hoe het precies werkte bleef onduidelijk, maar opmerkelijk genoeg leek die fles iedere dag weer gevuld te zijn.
De eerste kilometers
De eerste vaardag voerde vanaf de camping naar de stuw bij Moulins. Een mooie kennismaking met de rivier en een gelegenheid om een stukje ‘wildwater’ mee te pakken bij het afvaren van de stuw onder de brug bij Moulins. Dat de logistiek soms minstens zo uitdagend kan zijn als het varen bleek toen we na afloop nog een discussie kregen met een opzichter die niet helemaal gelukkig was met onze interpretatie van de parkeerplaats in het park. Al moet worden gezegd dat met Truus als extra chauffeuse het halen en brengen vaak een stuk makkelijker werd!
Een dag later begon voor een deel van de groep het echte avontuur. De eerste etappe van de trektocht eindigde nabij Port de Ris. Terwijl de campinggroep terugreed naar de uitvalsbasis, vonden Arno, Tineke, Bertien, Renée en beide Hansen een mooi eilandje tegenover de uitstapplek.
We zochten allemaal een plekje op het hobbelige veldje en dankzij een tarp die als gezamenlijke schuilplaats werd opgezet konden we ondanks het wisselvallige weer nog even droog koken.
Voor het complete wildernisgevoel had Hans H. een nieuwe waterfilter meegenomen. Vol enthousiasme werd water uit de rivier geschept. Dat daar zichtbaar watervlooien in rondzwommen mocht de pret niet drukken. Na filtratie werd water drinkbaar genoeg bevonden en datzelfde water diende trouwens ook prima als bad – lekker even afkoelen na de vaardag.
De nacht leverde de nodige gesprekken op tijdens het ontbijt. Hans F. bleek zonder slaapmatje uitstekend te hebben geslapen. Bertien ontdekte daarentegen precies waar de grootste hobbel van het eiland lag. Daarnaast deden de Franse nachtegalen en zanglijsters de hele nacht hun uiterste best om de rust te verstoren.
Een onverwachte zwempartij
Niet alle natte ervaringen waren gepland.
Bij de Pont d’Abrest, een oude spoorbrug met verschillende doorgangen, moest een keuze worden gemaakt voor de vaarroute. Door een combinatie van sterke stroming, een zwaarbeladen kajak, wat drukte bij de doorgang, haalde Arno de bocht niet voor een overhangende boom en zoals we allemaal weten zijn die bomen en stroming geen goede combinatie. Hij sloeg uiteindelijk om.
Even leek het spannend te worden. De kajak kwam vast te zitten tussen de takken en de peddel moest worden losgelaten. Gelukkig lag Joris al klaar om hulp te bieden en kon de rest van de groep boot en materiaal veiligstellen.
Met droge kleding, een leeggepompte kajak en een iets verhoogde hartslag kon de tocht worden voortgezet.
Oog in oog met een wild zwijn
Via de mooie Allier voeren we richting Vichy. Daar werd de rivier breder en trager door de invloed van het stuwmeer waar we enthousiast werden begroet door de plaatselijke jeugd die leerde roeien. Na de grote stuw bedwongen te hebben – het was even zoeken naar Truus en puzzelen bij de instap aan de andere zijde trok de ‘wildkampeergroep’ verder. De anderen vertrokken naar de camping vanaf de stuw.
Wij vonden de misschien wel mooiste overnachtingsplek van de week bij Vallières. Een schiereiland met uitzicht over de rivier. Wel waren er overal sporen van reeën en wilde zwijnen zichtbaar.
Later die avond bleek waarom.
Toen ik na een grote boodschap op een verscholen plekje langs de rivier weer opstond, keek ik ineens recht in de ogen van een wild zwijn op slechts enkele meters afstand. Het dier leek minstens zo verbaasd als ik en verdween gelukkig direct weer tussen de struiken.
De gebeurtenis leidde tot een uitgebreid kampberaad. Er werd zelfs een telefonische hulplijn geraadpleegd om te vragen hoe verstandig onze kampeerplek eigenlijk was. De deskundige stelde ons gerust: de zwijnen waren waarschijnlijk banger voor ons dan wij voor hen.
Voor de zekerheid werden de looproutes toch maar gemarkeerd met kajaks en verschenen er een pannendeksel en een nooddeken als geïmproviseerde reflectoren in het kamp. Hans F. sliep ondertussen gewoon door. De volgende morgen hadden sommigen van ons wel wat gerommel gehoord. Hans H. was er ziek van, of was het misschien van het filterwater een dag eerder? We zullen het nooit weten, maar na een tijd en wat gegeten te hebben durfde hij het aan om weer te gaan varen.
Angst is een raar wezen
Aangekomen bij de stuw van Billy ontstond er een kleine uitdaging. We waren wat aan het puzzelen hoe we de stroomversnelling konden overvaren. Vanaf het water zag de stroomversnelling er indrukwekkend uit, zeker toen we hem vanaf de zijkant konden bekijken. Bij Arno sloeg de onzekerheid toe, met de eerdere zwempartij nog in gedachten. We voeren een stukje terug en we trokken de zware kajaks de wal op. Een onplezierige hindernis, omdat niet iedereen in de groep zich even fit voelde.
Niet veel later arriveerde de campinggroep. Zij bekeken dezelfde stroomversnelling, overlegden kort en voeren vervolgens één voor één probleemloos naar beneden.
Soms blijkt de voorstelling in je hoofd indrukwekkender dan de werkelijkheid.
Vier seizoenen op één dag
De laatste vaardag van de week werd misschien wel de mooiste.
Tijdens de tocht richting Chambon wisselden zon, regen, wind, hagel en onweer elkaar af, echt vier seizoenen in één dag. Handschoenen gingen aan en weer uit. Donkere wolken leverden spectaculaire foto’s op. De lunchpauze (waar de foto is gemaakt) werd abrupt afgebroken vanwege een naderende bui. We stapten snel in de kajak, waar het toch warmer was, om vervolgens een eindje verderop direct weer uit te stappen aan de overkant. Het bleek onweer. De middagpauze was weer volop zon!
De natuur was adembenemend. Niet alleen de rivier, maar ook de flora en fauna maakten zoveel indruk dat meerdere deelnemers onderweg al voorzichtig begonnen te praten over een terugkeer naar de Allier in 2027.
Bij Chambon vond Daniël een uitstapplek. Dat betekende wel eerst een klim door een ware jungle van Japanse duizendknoop. Pas achteraf bleek dat er iets verderop ook een prima strandje lag. Sommige ANAX-tradities ontstaan vanzelf.
Een dag zonder kajak
Niet iedereen zat iedere dag in de boot.
Terwijl een deel van de groep nog een laatste traject voer richting Apremont-sur-Allier, trok Arno de wandelschoenen aan voor een tocht van ruim negentien kilometer over de Camino de Santiago die langs de rivier loopt. Het werd een prachtige wandeling langs vergezichten, kunstwerken en afwisselende landschappen. Tegen etenstijd werd de camping weer bereikt, precies op tijd om voor een laatste keer aan te schuiven bij de stamtafel voor de kom met mayonaise en andere versnaperingen.
Naar huis
Zoals altijd ging de week veel te snel voorbij.
De tenten werden opgeruimd, de auto’s geladen en rond tien uur vertrok de karavaan weer richting Nederland. Joris reed opnieuw voorop en bereikte met Truus en Jan als eerste de woonplaats van Truus in Terheijden waar ze genoten van de plaatselijke Chinese keuken. Joris en Jan reden later naar Zutphen, maar de boten bleven nog een nachtje op de kar. Opruimen kwam een dag later wel.
Terugblik
Terugkijkend zal waarschijnlijk niemand zich over een paar jaar nog herinneren hoeveel kilometer er precies gevaren werd. De kans is groter dat we ons de stamtafel herinneren. De friet. De mysterieuze fles van Truus. Hans H. z’n waterfilter. Het geploeter door de Japanse duizendknoop. Het wilde zwijn. De onverwachte zwempartij bij de spoorbrug en natuurlijk de prachtige natuur waar we soms letterlijk door de lagen van de geschiedenis heen konden kijken bij de kliffen langs de Allier.
Voor mij was het een heerlijke vakantie met een fantastische groep mensen. Zeker voor herhaling vatbaar!
Arno Kijzerwaard
|